Ansel VS211 Bedienungsanleitung Seite 102

  • Herunterladen
  • Zu meinen Handbüchern hinzufügen
  • Drucken
  • Seite
    / 321
  • Inhaltsverzeichnis
  • LESEZEICHEN
  • Bewertet. / 5. Basierend auf Kundenbewertungen
Seitenansicht 101
101
Van de zes regenten uit het jaar 1638-1639 zijn er twee besproken, Jacob Bas en
Floris Soop; zoo dadelijk zal David Sens door zijn voornaam worden aangewezen.
De drie andere hoofden waren, volgens Wybrands, Willem van Campen, Willem
Dirckx Hooft en Tobias van Domselaer; deze zijn het dus, die in de aangehaalde
versregels worden bedoeld. Wij zullen trachten hen te identificeeren.
‘'t Haerlems kind’ is naar alle waarschijnlijkheid Willem van Campen. De oudste
zoon van Claes van Campen, over wien in de voorafgaande regels gesproken is,
heette Willem
1)
. Het laat zich hooren, dat de burgemeesters den zoon van den pas
overleden man, die zich zoo verdienstelijk had gemaakt bij het bouwen van den
Schouwburg, tot regent van die inrichting benoemden. Maar waarom heet hij ‘'t
Haerlems kind’? Claes van Campen was 22 April 1610 te Amsterdam ondertrouwd
met Anna Cornelisdr. Ruyl van Alkmaar
2)
en van dit paar zijn in de jaren 1610-1615
geene kinderen in de protestantsche doopboeken te Haarlem ingeschreven
3)
. Aan
een vroeger huwelijk van den 23-jarigen jongen man mag men niet denken, nu er
geene enkele aanwijzing voor is. ‘'t Haerlems kind’ blijft dus raadselachtig, tenzij
men wil aannemen, dat Willem toevallig te Haarlem, waar de Van Campen's
familiebetrekkingen hadden
4)
, geboren, maar te Amsterdam in de doopboeken is
ingeschreven. Hij heet verder ‘Vaer van 't broot-huys’ en deelde de ‘lootjens’ uit.
Blijkbaar had hij dus iets te maken met de Diaconie, maar zeker was hij geen diaken;
dat ambt was toch wel onvereenigbaar met dat van hoofd van den Schouwburg.
Zeer waarschijnlijk bekleedde
1) Zie Unger in
Oud-Holland
, III, blz. 164.
2) Vgl. Elias, t.a.p. - In eene acte van 1633, uitgegeven door den Heer J.F.M. Sterck (vgl.
Vereeniging het Vondelmuseum. Vierde verslag
, 1908-1909, Amsterdam, 1910, blz. 42),
wordt zij Buyl genoemd, maar dat is eene drukfout. Juffr. C.E.C. Bruining, adjunct-archivaris
te Alkmaar, is zoo vriendelijk geweest, een onderzoek naar dien naam in te stellen.
3) De Heer C.J. Gonnet, Archivaris te Haarlem, is zoo vriendelijk geweest, die doopboeken na
te zien.
4) Vgl. A.W. Weissmann in
Oud-Holland
, XX, blz. 118.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Seitenansicht 101
1 2 ... 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 ... 320 321

Kommentare zu diesen Handbüchern

Keine Kommentare