Ansel VS211 Bedienungsanleitung Seite 31

  • Herunterladen
  • Zu meinen Handbüchern hinzufügen
  • Drucken
  • Seite
    / 321
  • Inhaltsverzeichnis
  • LESEZEICHEN
  • Bewertet. / 5. Basierend auf Kundenbewertungen
Seitenansicht 30
30
niets is, dat aan dezen titel herinnert of hem rechtvaardigt
1)
.
Liefst zou ik, ter opheffing dezer bezwaren, kunnen wijzen op een aan V.'s vers
voorafgaand gedicht of pamflet (van de tegenpartij) met een soortgelijken titel (als
Vesper
....), waarop dan V.'s
Geusenvesper
de terugslag zou geweest zijn. Dergelijke
dubbele toespeling, èn op een bekende beeldspraak èn op een voorafgaand gedicht,
zou niet alleen stellig wèl in den geest der zeventiendeeuwsche pamfletschrijvers
zijn, maar ook verklaren hoe V. tot de keuze van den titel gekomen is, en hoe hij -
evenals Marnix vroeger - zich verder in zijn gedicht om dien titel eigenlijk zoo weinig
bekreunt
2)
. Doch een doorbladeren der pamflettencatalogi van Tiele, Van der Wulp,
Knuttel en Petit, op zoek naar een dergelijk prototype, waarop V.'s vers de echo,
het antwoord ware geweest
3)
, heeft mij wel allerlei titels onder de oogen gebracht,
waaruit de - a priori trouwens te onderstellen en ook bekende - algemeene
verwantschap van V.'s hekeldichten met deze literatuur ten duidelijkste blijkt, maar
niets dat hier een rechtstreeksch verband aannemelijk maakt, zelfs zelden of nooit
meer het gewag van
geuzen.
Dit gewag vinden wij natuurlijk zeer vaak in een vroeger tijdperk, wanneer
geus
ook nog in zijn oorspronkelijke beteekenis geldt. Zoo in Van Vloten's Nederl.
Geschiedzangen (I 320), een stuk: ‘Der Geusen Uitvaert’, mij door een mijner
studenten, naar aanleiding van V.'s titel, aangewezen. Maar het aanvankelijk gegiste
verband met V.'s stuk bleek alras nietig; het is een soort van ‘glossenlied’ op
gedeelten der liturgie, kwalijk dienstig ter opheldering van V.'s ‘Geuse vesper’.
Dergelijke
1) Of ‘voor de Vier-en-twintigh’ alleen bij ‘Siecken-Troost’ dan wel ook bij ‘Geusevesper’ hoort,
is bij de bovenstaande verklaringen vrij onverschillig.
2) Verg. b.v. den titel van een pamflet als J. David's (antwoord op een pamflet, get.: Fackel enz.):
‘Domp-hooren der Hollanscher Fackel, Tot blusschinghe des Brandt-briefs .... onlancks ....
vut S' Grauenhaghe gheschoten
enz.
(1602) (Knuttel, Pamfl. 1197).
3) Verg. de vernuftige onderstellingen van brieven of gedichten, waarop sommige moeilijk te
verklaren gedichten van Horatius antwoorden zouden geweest zijn, bij Burger, Horatius ‘voor
iedereen’ (in Gids 1914, III (Sept.).
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Seitenansicht 30
1 2 ... 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 320 321

Kommentare zu diesen Handbüchern

Keine Kommentare