Ansel VS211 Bedienungsanleitung Seite 289

  • Herunterladen
  • Zu meinen Handbüchern hinzufügen
  • Drucken
  • Seite
    / 321
  • Inhaltsverzeichnis
  • LESEZEICHEN
  • Bewertet. / 5. Basierend auf Kundenbewertungen
Seitenansicht 288
288
brandend leer, van olie die op de kachel morst, van akelige pleelucht. In Egmond
a/Z
de lamp looft
‘walmt, pijlt’ (mededeeling van A. Beets).
LATEN. Hierbij (NED) ouder en dial. eng.
lease
,
leaze
‘weide’ < ags.
láes
f. <
lâeswâ
; oorspr. n.
láes
, g.d.a.
láeswe
(vw. eng.
leasow
: ags. pl.
láeswe
‘id.’),
láese
;
waarsch. etym. identisch met het tweede lid van
blód
(
es
)
láes
f., g. -
láes
(
w
)
e
‘aderlating’ [n.s.
blódláeswu
analogie] < gm. *
lâeswâ
< igm. *
lêd-twâ
of -
swâ
; dus
láes
oorspr. ‘land “let alone”, not tilled’.
LEBBE. De bet. ‘venenum’ is niet slechts eigen aan den wortel met
u
(z. Fr.-V.W.
lebbe
l. zin), maar ook aan dien met
i
en
a
: oijsl.
lif
, ozwe.
lif
:
laef
‘toovermiddel’; z.
Noreen, Aschw. Gr. § 172.
LEEK IV in Nl. Wb. Bij Ts. 32, 318 is te voegen uit Bergsma's Wb. 85 ben. het
appell.
leek
‘stroompje’ (Beilen, Halen).
LENS. Eigenaardig is nog nwfri.
lins
‘ledige tijd’,
ontlizgje
‘ontlasten, rust krijgen’,
men is hast net ontlizge
‘men heeft haast geen verpoozing, rust, verademing’.
Wangeroog LETS ‘lepel’ zal wel evenzoo bij
lekken
,
likken
behooren als
lepel
bij
leppen.
LEUT(E), is ook sa. en fri. Draaijer zegt:
löte
en
lötig
als vla. Het Fri. Wb. legt
liette
uit als ‘“leute”, vroolijkheid, vermaak’, en geeft op uit G. Japicx I, 2
O
,
derten liette!
‘dartele uitgelatenheid’ (slechts bij hem?). Dit wijst op *
liota
- naast *
luti
-; voor
tt
vgl.
b.v.G.J.
stiette
‘stooten’; Fri. Wb.
stjitte
,
to mjitte
‘te gemoet’,
miette
‘meten’;
Kloosterman
stje
i
ttə
,
ontm ette.
Bedenkt men dat in de familie van
pret
de bet. ‘list,
streek’ en ‘pret’ zijn vereenigd, dan kan men de bet. van
leute
ontstaan achten uit
‘bedriegelijke streek’ (met wijziging in gunstigen zin als
guit
,
schalk
e.a.), en dus het
woord verbinden met got.
lutôn
‘bedriegen’ enz.
LEVEN. Dat deze bet. ontstaat uit ‘overblijven’ is eenerzijds parallel met den
overgang van
blijven
van de bet. ‘achterblijven’ tot ‘omkomen’, anderzijds met on.
nara
‘leven’ < ‘weeromkomen’, vgl.
genezen.
LIDMAAT. Deze samenst. is minder vreemd, wanneer men
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Seitenansicht 288
1 2 ... 284 285 286 287 288 289 290 291 292 293 294 ... 320 321

Kommentare zu diesen Handbüchern

Keine Kommentare