114
‘ad instanciam comitis
Haganonis
, qui in
Zanctis
traxit moram’. Uitvoeriger echter
het Chronicon Tielense
1)
:
‘Theodericus primus comes Hollandie habuit fratrem nomine Waltgerum,
qui erat comes Teysterbant, et traxit moram apud Tyelam in villa Avezaet
dicta. Hij duo fratres habuerunt avunculum quendam nomine
Hagonem
2)
Trojanum
,
qui in Troja minori scilicet Xanctis moram traxit
’.
Men kende dus sedert het midden van de 14
de
eeuw
3)
hier te lande - altans in de
Betuwe, waar ook deze twede rest op wijst - die latere overlevering, volgens welke
Hagen de stichter van Xanten zou zijn; vgl. de door Symons
4)
aangehaalde plaats
uit het ‘Xantener Bischofsrecht’ van 1463: ‘Hector van Troien, den wij noemen
Haegen van Troien’
5)
.
II. De Britse romans.
1. De berch van aventueren.
Van 1227-1233 was de geleerde Wilbrand, verwant aan het Hollandse gravenhuis,
bisschop van Utrecht. Vóór die tijd had hij o.a. twee reizen naar het Heilige Land
ondernomen en zelf heeft hij zijn ‘peregrinatio’ te boek gesteld
6)
. Hierin komt het
volgende verhaal voor
7)
:
1) blz. 56.
2) De langere vorm
Hagano
wordt genoemd bij het verhaal van de schenking (blz. 45),
waar alleen te lezen staat: ‘ad instanciam comitis
Haganonis
’.
3) Dat is immers de tijd, waarin de Annales Tielenses vervaardigd zijn, zie Coster, De kroniek
van Beka blz. 148 vlg.
4)
Grundriss III
2
670.
5) Daarentegen valt niets te beginnen met de naam
Amalricus
(Beka e.a., vgl. Coster t.a. p. 250
en 285 vlg.), die natuurlik niet in betrekking kan staan tot
Amelrich
, broeder van de veerman
in het Nibelungenlied. Namen met
Amal
- zijn aan 't West-Germaans niet vreemd; misschien
is het oudste voorbeeld in de op een inskriptie (Corpus Inscr. Lat. III 3577) overgeleverde
Batavennaam .
maloger.
te vinden. - In hoeverre de overleveringen betreffende ‘
Sicco sive
Sifridus
’, zoon van Arnulf en broeder van graaf Dirk III - welbekend uit Van Lennep's ‘De
gestoorde bruiloft’ - resten van de Nibelungen-sage bevatten, hoop ik later uiteen te zetten.
6) Uitgeg. door Laurent, Peregrinatores medii aevi quatuor (Lipsiae 1864), blz. 159 vlg.
7) 1, 25 (blz. 179-180).
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern