75
45. Aanteekening op de onuitgegeven brieven aan J.P. Klein en A. Klein
- Ockerse.
Zie XXXII, 248.
Het aldaar aangehaald Duitsch couplet, dat ik niet wist thuis te brengen, blijkt mij
nu ontleend aan een gedicht van Johann Peter Uz, getiteld
Magister Duns.
Vgl.
Sämtliche Poetische Werke von J.P. Uz
in:
Deutsche Literaturdenkmale des 18. u.
19. Jahrh.
n
o
. 33, S. 34 (met de varianten).
G.K.
46. De drie ringen in
Mariken van Nieumeghen.
Zooals bekend is, wordt aan de zondares Mariken van Nieumeghen in het mirakelspel
van dien naam door den paus als penitentie opgelegd: drie ijzeren ringen aan hals
en armen te dragen, totdat die vanzelf afvallen. Dr. Leendertz heeft in de Inleiding
tot zijne
Middelnederlandsche Dramatische Poëzie
p. CLXXI gewezen op het
Oudfransche
Dit des Anelés
, waar men denzelfden vorm van penitentie vindt. Ook
elders echter is sprake van ijzeren ringen die breken of afspringen, zij het ook onder
niet geheel gelijke omstandigheden. In het Deensche lied
Dalby-björnen
, dat door
zijn inhoud herinnert aan den ridderroman
Van Valentijn en Ourson
, draagt de, in
een beer veranderde, ridder een ijzeren band om den hals; deze band breekt eerst
nadat de ‘hovmand’ die door den beer overwonnen is, er driemaal het kruis over
geslagen heeft en een gebed tot Jezus opgezonden:
Ja, bede jeg vil for dig en bön:
dig hjaelpe af nød Marias søn!
Han løse af dig det hårde bånd,
som vel det maegter hans höjre hånd!
Så slog han kors på kors i hast,
tre gange kors, så båndet brast
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern