72
waardige boek van Mevrouw W. Wijnaendts Francken - Dyserinck ‘Drie Maanden
in de West’ lees ik op blz. 199:
‘Het half Hollandsch half Engelsche “blanke overseer” is later tot blankofficier
verbasterd, welke term mij vroeger altijd aan iets vreeselijk wreeds: 'n officier met
blanke sabel heeft doen denken, die hij tegen de slaven zwaaide’.
Hier hebben we ongetwijfeld den oorsprong van den naam. De Oxf. Engl. Dict.
s.v. ‘overseer’ geeft als eerste beteekenis op: ‘one whose business it is to superintend
a piece of work, or a body of workmen; a superintendent (of workmen, slaves,
convicts, etc.’), en onder de bewijsplaatsen staat o.a. dit citaat uit W. Stork (
Acc.
East Florida
1766): ‘The overseer, and other white servants, will .... be hired much
cheaper in a plentiful and good climate, than in a scarce and sickly one’.
A.J. BARNOUW.
43. De
Aran en Titus
en de
Oene
van Jan Vos.
Uit
Het Amsterdamsche Tooneel van
1617-1772 (blz. 257) van Wybrands blijkt, dat
de
Aran en Titus
den 30
sten
Sept. 1641 en de
Oene
den 8
sten
Mei 1642 voor het
eerst werd opgevoerd. Maar beide drama's waren reeds lang te voren geschreven.
Want volgens de ‘Schouburghs Rekeningen’, een Hs. aanwezig in het Archief van
het Burgerweeshuis te Amsterdam, werd op 14 Febr. 1638 aan Adam van Germez,
den later beroemden tooneelspeler, die in dien tijd wel eens meespeelde, maar
vooral als barbier optrad en ook wel rollen uitschreef, ƒ 9 betaald ‘voor rolleren van
het spel van Jan Vos en sijn klucht van Oenen’. Daardoor is het te verklaren, dat
Tengnagel, die van schouwburgzaken zoo goed op de hoogte was, Jan Vos reeds
onder de Amsterdamsche dichters noemt in zijne
Amsterdamsche Lindebladen
(1640). Met ‘het spel van Jan Vos’ is ongetwijfeld de
Aran en Titus
bedoeld, die dus
al meer dan drie jaren vóór de vertooning was geschreven.
J.A. WORP.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern