98
Ian’ onder de dichters. Hij was met hem bevriend, want hij schreef in 1641 een versje
op zijn portret
1)
, en de ander versierde de
Lindebladen
met een lofdicht. Daar nu
Tengnagel in zijn
Sinte Nicolaas milde gaven
verzekert van ‘onse Schipper Ian’, dat
er ‘vreemde quinten Woelen in zyn harsenpan’, kan dat beteekenen, dat hij een
groote vrouwenliefhebber was, zooals de Voerman ook van
zijn
Schipper vertelt.
Maar hoe komt Jan Jacobsz Schipper hier verzeild? Hoofd van den Schouwburg
was hij niet; in 1638 was hij trouwens 20 jaar oud. En had hij het avontuur met een
weesmeisje gehad, waarop in de volgende versregels wordt gedoeld, dan zou toch
vriend Tengnagel dat niet op deze plaats en op deze wijze aan de klok hangen.
Wij moeten dus naar eene andere verklaring zoeken. En dan geloof ik, dat wij -
schipper
schrijvende zonder hoofdletter en acht slaande op het er aan voorafgaande
leesteeken
2)
- dezen en de volgende versregels in verband moeten brengen met
Floris Soop. Verder kan ‘schipper sonder schuyt’ best
stilo Tengnagelico
eene
omschrijving zijn voor: ongetrouwd man. En Floris was ongehuwd; in 1631 althans
woonde hij met broeders en zusters samen in de Voorste Verwerstraat
3)
.
De nu volgende regels doelen op Niclaes of Claes van Campen
4)
(1586-1638),
‘excijsmeester’, van 1634 tot zijn dood raad van Amsterdam en sedert 1631 ook
regent van het Burgerweeshuis
5)
. Hij heeft het opzicht gehad op het bouwen van
den Schouwburg
6)
- meestal wordt hij de bouwmeester er van genoemd - maar de
ordonnantie van het gebouw was van Jacob van Campen
7)
. Waarschijnlijk heeft
Claes van Campen
1) Het is opgenomen in Schipper's
Onvergelyckelijke Ariane
,
of Verloste Kuysheyt uyt Romen
,
1656.
2)
Nl. dubbel punt, wat in de 17
de
eeuw heel dikwijls staat voor ons punt komma.
3) Zie
Kohier van den tweehonderdsten penning voor Amsterdam
, blz. 51.
4) Reeds opgemerkt door Unger.
5) Vgl. J.E. Elias,
De vroedschap van Amsterdam
,
Haarlem
,
Vincent Loosjes
, I, 1903, blz. 402.
6) Vgl. Wagenaar,
Amsterdam
, VIII, blz. 742.
7) Vgl. A.W. Weissmann in
Oud-Holland
, XX, blz. 165.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern