81
Tesselschade hervormd of doopsgezind?
Op deze vraag van Mr. C. Bake, onder N
o
. 39 van ‘Kleine Mededeelingen’, valt het
antwoord niet moeilijk. Tesselschade was zonder twijfel niet doopsgezind, maar
hervormd. Tot de meening, dat haar vader Roemer Visscher, en dus ook zij,
doopsgezind was, werd ik aanvankelijk gebracht (Verslag v.h. Vondel-Museum, 13
Mei 1910, bl. 25-26) door (op gezag van Dr. P. Leendertz Jr., Leven v. Vondel, bl.
15, noot), als bewijs van doopsgezindheid aan te nemen de verklaring, o.a. ook
door R. Visscher afgelegd: ‘bij ware christelijke woorden, oprechte geloove, eere
ende vromicheyt in plaetse van eede.’ Later is mij overtuigend gebleken, dat een
dergelijke verklaring in de notarieele akten een algemeen aangenomen formulier
was, waaraan lieden van allerlei richting zich hielden. Ik heb deze uitdrukking
gevonden zoowel waar het betreft de akten van Katholieken en Doopsgezinden,
als Hervormden, en zelfs van Israëlieten. Voor het geloof van R. Visscher en zijn
dochters is dit dus volstrekt geen bewijs, en bij een latere behandeling van dit
onderwerp heb ik mij dan ook niet meer op het argument van de notarisformule
beroepen
1)
. Het bewijs, dat ook de kinderen van Roemer Visscher niet katholiek
(zooals steeds is beweerd), maar hervormd waren, evenals hun moeder Aefgen
Jansdr. van Campen, is gemakkelijk te leveren. Behalve het door Mr. Bake
aangehaalde vers van Huygens (al zijn verzen met omzichtigheid als historische
bewijzen te gebruiken!),
1) Zie
Over Vondel
,
Tesselschade en andere vrouwen uit zijn kring
, in ‘Annalen van de
Vereeniging tot het bevorderen van de beoefening der Wetenschap onder de Katholieken in
Nederland.’ Jg. 1912, bl. 72.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern