Ansel VS211 Bedienungsanleitung Seite 284

  • Herunterladen
  • Zu meinen Handbüchern hinzufügen
  • Drucken
  • Seite
    / 321
  • Inhaltsverzeichnis
  • LESEZEICHEN
  • Bewertet. / 5. Basierend auf Kundenbewertungen
Seitenansicht 283
283
voortduring) kleinigheden ontvreemden’ [ook ‘knoeien’ is ‘onhandig’ en ‘oneerlijk te
werk gaan’],
gnobsk
‘kort afgerond’ (in 't vrb. van aal; als 't ware ‘gestutzt’). Westerkw.
knóbben
v. paarden: ‘zich zelf of een ander dier een weinig bijten tegen jeukte of
tot tijdverdrijf’. Hiervoor in Geldl.
nòppen
; vgl. voor den wisselenden Anl.
knagen
en
knijpen.
In dit geval is de besproken familie vermengd met die van
nopen
; z.i.v.
KNOOP. Ozwe.
kn per.
Abl. zwe.
knåpa
‘knutselen’, blijkens dalekarl.
knupå
,
ngutn.
knupla
(Noreen, Svenska Etymologier 46). Bij ohd.
knupfen
, nhd.
knüfpen
,
mnd.
knuppen
(
u
zeker geumlautet), stad-gron.
knuppen
, vw.
knuppe
‘knoop in een
touw en dgl.’; geminatie ook in ozwe.
knopper
‘knoop’. Znw.
knup
, ww.
knuppe
geeft
men mij ook op als Haagsch. Vgl. mnl. (Deventer 1491)
knuppeldoecksken
naast
knoppeldoekgen
‘dichtgeknoopt doekje om iets in te bergen’. Mnl.
cnoppen
,
cnuppen
;
ook het laatste heeft eens de bet. ‘van knoppen voorzien’, misschien door verwarring,
daar de andere bet. er aan had gewend, beide ww. gelijk te stellen.
KNUTSELEN. Is misschien met ohd,
chnoto
enz. te verbinden; vgl. boven onder
knoop
zwe.
knåpa.
De wortel
knu
- (z. Fr.-V.W.
knok
,
knop
) geeft samenwinding te
kennen; daarbij nog
kneuteren
(Ts. 32, 317) en Molema
knutern
‘knutselen, klein
timmerwerk uit tijdverdrijf vervaardigen’; voor
u
z. Ts. 32, 10 en 11, waaraan dit vrb.
kan zijn toe te voegen; het kan echter ook berusten op een ww. beantw. aan on.
knýta
‘knoopen’. Hierbij Wangeroog
knetteldauk
, ‘ein Teil der weiblichen
Kopfbedeckung, eine Kopfbinde’; vgl. mnl. *
knuppeldoek
in 't vorig art.
KNUTTERIG. Hierbij gron. 18
e
E. (bij Van Halsema)
kneuter
‘tamelijk wel’.
KOE. In Fr.-V.W. wordt veronderstellenderwijs gron.
kui
uit
afgeleid; phonetisch
onmogelijk. De bet. van
kui
is in 't gron. zooals elders ‘vrouwelijk kalf’. Ik zou
onderstellen, dat het verklw. *
keuke
(thans, met de in 't gron. regelmatig tot stand
gekomen aansluiting aan 't grondw.,
kouke
‘koetje’, maar
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Seitenansicht 283
1 2 ... 279 280 281 282 283 284 285 286 287 288 289 ... 320 321

Kommentare zu diesen Handbüchern

Keine Kommentare