213
roppen
heeft gevonden een hou-mes met eenen yseren hoeck, ende een koeyen
hooren’.
Dat het woord in de 16
de
eeuw echter ook bekend moet zijn geweest, blijkt, dunkt
mij, wel nergens overtuigender uit dan uit het feit, dat het reeds in de middeleeuwen
is aangewezen. ‘Zonder twijfel verwant’ met het hier behandelde 17
de
eeuwsche
rop
is volgens Verdam ‘het R.v. Nederst. 1, 46, 102 voorkomende
rop
(
pe
), d.i.
ingewanden van dieren
, misschien ook alleen
van visschen
,
vischgrom
: dat elc
ygelic zijn roppen, ingedoemt off vulen visch terstont ... buten der nyen stad brengen
sel ende graven’ (Mnl. Wdb. VI, 1622). Ik geloof niet, dat iemand tegen deze
verwantschap met reden bezwaar kan maken; ik voor mij meen hier nog verder te
mogen gaan en gerust te mogen zeggen, dat hier niet alleen van verwantschap,
maar van volkomen identiteit sprake is.
Behalve den ouderdom is het middeleeuwsche citaat nog in twee andere opzichten
voor ons van belang. Allereerst om den vorm
roppe
, zooals het enkelvoud
ongetwijfeld geluid zal hebben, daar het blijkens een der bovengenoemde
aanhalingen nog in 1602 aldus voorkomt. Uit
roppe
is dan
rop
ontstaan. Dezen vorm
rop
(mv.
roppen
) hebben al de vermelde 17
de
eeuwsche plaatsen met uitzondering
van Hooft en Winschooten. Vermoedelijk is
rob
(
robbe
) een uit het Friesch afkomstige
wisselvorm van
roppe
,
rop
, die de beide genoemde Amsterdamsche schrijvers
gewoner was dan de Hollandsche vorm. Het Friesch immers kent
robbe
in den zin
van: ‘maag, lijf, vooral gebruikt van visch’ (Friesch Wdb.), b.v. ‘de robbe fen in
kabeljau’ (ook bij Hooft was sprake van de rob van een kabeljauw). Uit de in het
volgende aangewezen verwantschap buiten het Nederlandsche taalgebied blijkt
voor het overige de oudheid van den vorm
rop
(
pe
) duidelijk.
In de tweede plaats wat betreft de beteekenis: ‘ingewanden van dieren of van
visschen.’ Dat de beteekenissen ‘maag’ en ‘ingewanden, darmen’ heel dicht naast
elkaar liggen, behoeft geen betoog; het blijkt ten overvloede uit twee der bovenge-
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern