27
gen: “Dit is de uitluiding van het Calvinisme, van de Geuzen”, en voegt er ironisch
bij: “tot troost der consciëntie-zieken.”’ Deze verklaring is in hoofdzaak overgenomen
door Bergsma in zijn (Pantheon-)uitgave der Hekeldichten (blz. 178): ‘Avondpsalm
voor de Calvinisten’, met aanhaling van Alberdingk Thijm's laatste zinsnede.
Koopmans eindelijk (Bloemlezing uit V.'s Gelegenheidsdichten, Bibl. v. Nederl.
Letterk.) zegt in zijn inleiding tot het gedicht (blz. 3): ‘hij (V.) roept ze (de 24) tot
boetedoening op naar de plaats der vergelding[?]; hij luidt de vesperklok; maar
alweer, 't is geen echte vesperdienst, maar een uitluien van het Calvinistiese schik[l.:
schrik]bewind en het grafluien van de gevonnisten’; doch daaronder, in de
aanteekeningen (blz. 4), kwalijk in overeenstemming met het bovenstaande: ‘
Vesper
,
einde van den dienst bij de Roomsen ....
Geuse Vesper
samen genomen: lied op
het einde van 't Geuzen-bewind .... Te Amsterdam hadden de begrafenissen 's
namiddags, onder klokgelui, plaats.’ Ik kan hierin niet veel anders zien dan een niet
geslaagde, immers zich zelve ten deele weersprekende, verwarde en verwarrende
poging om de beide verklaringen van V.L. (het wakker luiden der gewetens) en
A.Th. (het uitluiden van het Calvinisme) en nog een derde (‘einde van den dienst’)
‘onder één hoedje te vangen.’
Geen dezer verklaringen schijnt mij juist, natuurlijk en afdoende. De
vesper
is
noch was - voor zoover ik heb kunnen nagaan - ooit of ergens: ‘het ‘einde van den
dienst’ (Koopmans), noch een dienst, hetzij 's avonds of 's namiddags, ter uitvaart
of ter ‘uitluiding’ van een overledene (Alb. Thijm, Bergsma, Koopmans), noch ook
heeft de vesperklok ooit dienst gedaan om slapenden wakker te maken uit hun
middagslaap
1)
(V. Lennep e.a.). De vesper is thans en vanouds niets anders en
meer
1) Had Vondel dit bedoeld, dan had hij allicht een dergelijken titel gekozen als: ‘Morgenwecker,
Aen de Oude ende Ghetrouwe Batavieren, Met een Remedie teghen haere Slaep-sieckte’
(1620) (Knuttel, Pamfl. 3087).
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern