Ansel VS211 Bedienungsanleitung Seite 216

  • Herunterladen
  • Zu meinen Handbüchern hinzufügen
  • Drucken
  • Seite
    / 321
  • Inhaltsverzeichnis
  • LESEZEICHEN
  • Bewertet. / 5. Basierend auf Kundenbewertungen
Seitenansicht 215
215
Als beteekenis geeft het Mnl. Wdb. op Toelge: ‘Naam van een zeevisch ....
Waarschijnlijk bereidde men er traan uit’ en op Toillie leest men: ‘Waarschijnlijk
hetzelfde woord als toelge .... Op de volgende plaats (bedoeld is de aanhaling
uit het Hanseatisches Urkundenbuch) heeft het blijkbaar de bet. traan’. De juistheid
van deze laatste opmerking kan, dunkt mij, op goede gronden betwijfeld worden.
Waarom moet het woord hier een andere beteekenis hebben dan in de andere
aanhalingen? Zou
toillien
hier niet bij -
smoute
behooren en de juiste lezing niet
veeleer zijn:
toillien
- ende sardeyn
smoute
d.i. dus: vet, smeer of traan van de
toillien
?
Zie verder aan het slot van dit artikel.
Wat de herkomst van het woord betreft, wordt het in het Mnl. Wdb. met een
vraagteeken afgeleid van ofra.
touille
en voorts dezelfde gissing geopperd, die door
van Dale in de Zeeuwsch-Vlaamsche Bijdr. 5, 112 ten beste gegeven werd:
‘Misschien hetzelfde als fra.
touille-boeuf,
eene soort van haai’
1)
.
Het komt mij voor, dat de oplossing in een andere richting gezocht moet worden.
De
toelgen
,
toillien
,
thoillien
werden blijkbaar om hun vet, smeer of traan gevangen
en de veronderstelling is, dunkt mij, niet gewaagd, dat zij uit Noordelijke gewesten
afkomstig waren. Ligt het nu in dit verband niet meer voor de hand hier te denken
aan het Russische woord voor: zeehond of rob t.w.
tjoelén
'?
Dat de zeehond een visch wordt genoemd, behoeft hier allerminst een bezwaar
te zijn. Meer dan drie eeuwen later schreef de Engelschman Fletcher in het derde
hoofdstuk van zijn werk ‘Of the Rvsse Common Wealth’ (Londen 1591) over ‘The
native commodities of the countrie’. Hij komt daarbij natuurlijk ook te spreken over
de traan en doet dat in de volgende bewoordingen
2)
: ‘An other very great and
principall
1) Littré heeft op Touille: ‘Un des noms du requin’; en op Requin: ‘Gros poisson de mer
très vorace, du genre des squales ou chiens de mer’. Op Touille-boeuf leest men:
‘Espèce de chien de mer’. De definities zijn vrij vaag.
2) Volgens de uitgave der Hackluyt Society (1856).
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Seitenansicht 215
1 2 ... 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220 221 ... 320 321

Kommentare zu diesen Handbüchern

Keine Kommentare