Ansel VS211 Bedienungsanleitung Seite 223

  • Herunterladen
  • Zu meinen Handbüchern hinzufügen
  • Drucken
  • Seite
    / 321
  • Inhaltsverzeichnis
  • LESEZEICHEN
  • Bewertet. / 5. Basierend auf Kundenbewertungen
Seitenansicht 222
222
liquid’, gewoonlijk in den plur.;
cain
(ook anders geschreven) ‘to form a scum or
“head” as liquor in a state of fermentation’; met
m
:
calm
(ook anders geschreven;
phonethisch
kām
) ‘the concreted scum of bottled liquors; a fungoid growth on jam,
vinegar, &c.’, ‘matter, corruption’. Wright vergelijkt met
calm
gelijkbet.
kaam
bij
Berghaus en in 't hd.; het Mnd. Wb. kent ook dit
kâm.
Zie verder Franck-Van Wijk
kaam.
De
î
-vormen staan, zonder dat de verhouding te bepalen is, naast de
â
-vormen
(zijn niet de fri. correspondenten); Ten Doornkaat Koolman geeft op:
kîn
,
kînsel
(auch
kâm
u.
kân
);
kîm
is het in Bremen, Holstein enz.; en vooral zie men D. Wb.
over de onmogelijkheid van één stamvorm.
KADE, KAAI
en dgl.
Sedert in het jongere mnl. intervoc.
d
deels syncopeerde, deels
een soort van
j
werd, stonden naast elkander het door invloed van
kwaad
,
breed
bewaarde of herstelde
kwade
,
breede
en het nieuwe
kwa
< *
kwaë
en
kwaaie
,
bree
en
bree
(
j
)
e.
Daar het aantal dgl. woorden tamelijk groot is en er zeer gewone toe
behooren, deden ze het gevoel ontstaan dat bij zulk een Auslaut -
a
, -
ade
, -
aaie
,
resp. -
ee
, -
ede
, -
ee
(
j
)
e
enz. verwisselbaar waren, en zoo kwamen b.v. naast
ka
op:
kade
en
kaaie
(wellicht te eer omdat het mv.
kaas
wegens het homoniem zot klonk).
Kaai
òf <
kaaie
, òf reeds mnl. *
cay
naast
ca
, zooals b.v.
palays
naast
palaes.
Zoo
ook
valleide
,
buide
enz. naast
valleie
,
buie
enz., tenzij het eerste rom.
d
mocht
hebben. Uit gevallen als
riën
,
ik rië
naast
riden
,
ik ride
(meer naar 't prt.
reet
dan
naar den minder gebruikten 2 s.
rijts
en imprt.
rijt
) zijn zulke als
widen
naast
wiën
,
beliden
naast
beliën
te begrijpen; hierbij mnl.
ie
(
de
) ‘ooi’ in R.v. Breda. En daar naast
een prt. als
gesciede
(
n
) ook
gescie
(
n
) voorkwam, drong ook in het praes. het laatste
naast het eerste in; het werd gewoon, doordat men in
gescien
pl. en inf. (evenals
in
scoen
‘schoenen’) het gewone suffix -
en
mistte; slechts zeer gebruikelijke ww.
(
zijn
,
doen
,
gaan
,
staan
,
slaan
) konden den afwijkenden vorm handhaven. Een
gelijksoortig verschijnsel is de behandeling der
γ
in 't ngr. b.v.
λέω
naast
λέγω
‘ik
zeg’,
ϑεγός
naast
ϑεός
‘God’. -
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Seitenansicht 222
1 2 ... 218 219 220 221 222 223 224 225 226 227 228 ... 320 321

Kommentare zu diesen Handbüchern

Keine Kommentare