273
oogpunt. Woorden en uitdrukkingen die men in het
Middelnederlandsch
Woordenboek
of het
Handwoordenboek
voldoende toegelicht vindt, ging ik dus
stilzwijgend voorbij.
De taal van de Nederlandse mystieken uit de veertiende en vijftiende eeuw is nog
niet grondig en in samenhang onderzocht. Gemakkelik is die taak niet, omdat
vertrouwdheid met het gedachten- en gevoelsleven van de mystici een eerste
vereiste is. Die taal had begrippen en gevoelens uit te drukken, waarvoor de taal
van het dagelikse leven op verre na niet toereikend was. Aanpassing werd dus
enerzijds gezocht aan het kerkelike Latijn, anderzijds bij oudere of gelijktijdige Duitse
mystici. Op Eckart's invloed heb ik bij een vroegere gelegenheid al eens gewezen
1)
.
Tauler, Suso e.a. hebben in oorspronkelike en vertaalde teksten ook hun invloed
doen gelden. Maar daarnaast mag de eigen taalschepping niet onderschat worden.
In de Nederlanden zou men de ontwikkelingslijn moeten volgen van Hadewijch over
Ruusbroec en zijn kring naar de Noord-Nederlandse devoten: Geert Grote, Hendrik
Mande en zoveel minder bekende, waarbij ook rekening te houden is met de invloed
van vijftiende-eeuws-Latijnse geschriften als die van Thomas a Kempis en Gerlach
Petersen, temeer omdat die door gelijktijdige vertalers in de moedertaal overgebracht
werden.
In die ontwikkelingslijn neemt Jan van Leeuwen een plaats in, die wij door de
omvang van zijn werk nauwkeurig kunnen bepalen. Voor een groot deel beschikt
hij over een reeds gevormde taal. In de
Rolie der woedegher minnen
voelen we zijn
afhankelikheid van Hadewijch's terminologie; in de overige werken behoeven we
slechts enkele bladzijden te lezen, om aan de taal Ruusbroec's discipel te herkennen.
Leggen we het
Woordenboek
er naast, dan geeft dat ons de bevestiging: allerlei
termen die uitsluitend bij Ruusbroec opgetekend zijn, b.v.
ansel
,
bekeersamheit
,
eernstachticheit
,
iersticheit
,
invlote
,
onghescapenheit
1) Zie het aangehaalde artikel over
Meister Eckart en de Nederlandse mystiek
, blz. 8.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern