190
ontbreekt elk realisme en ontbreekt de innige samenhang tusschen natuur en gevoel,
dien men bij Gessner op zijn hoogst bevroeden, nergens betrappen kan.
Na dit alles is ook in groote trekken al duidelijk de plaats, die Elisabeth Maria Post
eenerzijds tegenover Hirschfeld, anderzijds tegenover Gessner inneemt. De liefde
voor de werkelijke natuur en het vermogen om die met trekken van het ‘wonderbare’
te schilderen, heeft zij van Hirschfeld; evenzeer de zucht om naar aanleiding van
de natuur zedelijke bespiegelingen over mensch en godsdienst te houden. Zoo komt
ook zij voor belangrijke elementen van haar talent terecht in de school van
‘schilderende dichters en schrijvers’ onder leiding van Haller en Breitinger. Van
Gessner evenwel heeft zij andere trekken, namelijk die welke Dr. Prinsen in zijn
Gidsartikel heeft aangewezen: den hang tot sentimentaliteit en de zich somtijds van
het schilderend realisme afwendende stereotyp-bucolische natuuropvatting. Bij haar
treft men immers beide vormen van natuurgevoel naast elkaar aan.
Hirschfeld's ‘Landleben’ was niet beter in te leiden dan door het lichten van zijn
litteraire doopceel en het trekken van enkele parallellen. Eene korte inhoudsopgave
moge thans volgen, opdat het beeld voltooid worde. De vergelijking met den
brievenbundel van Post zal daardoor tot in fijner bijzonderheden kunnen plaats
hebben. De verschillende vertoogen hebben weliswaar geene titels en gaan naar
den inhoud dikwerf in elkander over, doch behandelen toch duidelijk ieder een ander
onderwerp, dat hier in 't kort wordt aangegeven met enkele teekenende
bijzonderheden erbij.
1. Het herleven van de gansche natuur in de lente. De naargeestige winter is
voorbij en tracht te vergeefs nog éénmaal zijne rechten te hernemen. Laat alle
menschen naar buiten gaan!
2. Aankomst op het landhuis. Het eerste buitengenot. Beschrijving van het
landhuis: het uitwendig voorkomen, de omgeving, de tuin met zijne vruchtboomen,
bloemen en beelden, waaronder die van Thomson en Kleist, en het inwendige met
zijne vele schilderingen.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern