299
mij dan ook gewonnen. Maar weldra kwam de twijfel weer boven en keerde ik tot
mijne vorige meening terug. De argumenten voor 1626 waren toch te krachtig en
in de bedoelde woorden moest dus De Bie
niet
als overleden worden voorgegesteld.
Om hiervan ook anderen te kunnen overtuigen moest ik echter kunnen aantoonen,
dat kort te voren een ander De Bie geprezen had. Dan toch had het praeteritum
niets vreemds. Ik bleef dus uitzien, of ik zoo iets kon vinden.
TELEPHI CITIPARIUM.
Abdita Scelera Musii ab umbra in solem deducens
is de titel
van een merkwaardig
Hollandsch
pamflet (Kn. 3685), zonder jaartal, naam of
woonplaats van den drukker.
De tijd van vervaardiging kan echter zeer nauwkeurig bepaald worden. Er wordt
nl. ook gesproken over Johan Rutgers, den Zweedschen ambassadeur, en wel als
nog fungeerend. Deze nu overleed 26 Oct. 1625
1)
. Het pamflet was dus vóór dien
datum geschreven. Maar lang te voren kan het toch niet geweest zijn, daar er verzen
uit Vondel's
Palamedes
aangehaald worden
2)
.
De titel eischt eerst wel eenige verklaring. Telephus, de zoon van Herakles en de
nymph Auge, was door Achilles gewond. Deze wond genas niet en scheen
ongeneeslijk, tot het orakel verklaarde, dat alleen hij, die de wond geslagen had,
ze ook genezen kon.
Citiparium
is de vertaling van
ὠϰυτόϰιον
, d.i. ‘hetgeen snel, gemakkelijk gebaard
wordt’. De geheele titel beteekent dus ‘het vlugschrift van hem, die bijna ongeneeslijk
gewond is en alleen genezen kan worden door hem, die de wond geslagen heeft’,
waarmede hier dan gedoeld wordt op den ellendigen toestand des lands, die alleen
verbeterd kan worden, wanneer
1) A.H.H. van der Burgh,
Gezantschappen tusschen Nederland en Zweden
, bl. 34.
2) Hieruit blijkt ook, dat de
Palamedes
niet ‘in het laatst van October, of begin November’ is
verschenen, maar zeker niet later dan half October, waarschijnlijk in het begin dier maand.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern