4
deele met volk.
i
wordt uitgesproken, en tevens met assim., zoodat
dinen
regelmatig
is?) - In den zin van gron.
diezig
(z. Molema) bij Potgieter Proza
9
3, 161 r. 3
dijnzige
lucht
;
n
uit het ww.?
Dat
ðindan
oorspr.
e
heeft, zou men kunnen opmaken uit Molema
dontje
,
dond
,
d.i. (vgl. ook Naschrift) ‘kleine massa, klomp, bosje vlas, wol enz.’,
dond
‘hoop,
menigte’, Ten Doornkaat Koolman
dunte
,
dunt
‘Haufen, Klumpen’, ‘Büschel, Zotte
etc., bz. eine wirre Masse von Dingen’, ‘Thonkugel, gebrannter, runder Thonklumpen,
bez. Kloss’. In bet. is het (sa.) ofri. woord samengevallen met
dot
(
te
) (waaraan
dunte
de
t
kan ontleenen); men kan het trouwens ook voor genas. bijvorm daarvan houden.
[Bij
dot
enz.
dd
naast
tt
; vgl. Molema's
dōddel
(d.i.
dódḷ
) 1, 2 en 3 en Oldambtsch '
t
is n hijle dotte
‘'t is me ook wat!’, alsmede Franck-Van Wijk en Ts. 32, 172.]
DEN. Den Uml. zal men aan het adj. moeten toeschrijven. Teuth. heeft
dennenboem = dan
(
ne
); adj.
danne
(
n
) met uit het grondw. ingedrongen
a
naast
dennen.
Nwfri.
din
(
nebeam
),
dinappel.
Dezelfde verklaring geldt voor
esch
,
esp
, hd.
Esche
,
Espe
: mhd. subst.
asch
,
aspe
, adj.
eschîn
(
eschen
),
espîn.
De overneming
der
e
werd bevorderd doordat de volkstaal veelal comp. heeft als gron.
eskenboom
(uit Cats herinnert men zich meer dan één
eycken boom
), maar ook door zulke als
gron.
eskenholt
(mnd.
eschenholt
). Reeds het mnd. gloss. der 13 E dat Zfdw. 3 is
uitgegeven heeft (354, '5) voor ‘tremulus’
espenbom
, voor ‘fraxin[us]’
eschenbom
(doch voor ‘fagus’
boke
). Hooft bezigt
eicken
‘eik’ G.v. Velsen 895, 906; hij schijnt
er dus een gesubst. adj. in te voelen. Of hiermee samenhangt, dat ook van
eik
en
beuk
de bijvormen zonder Uml. het in de algemeene taal hebben afgelegd? Nwfri.
spier
,
spjir
(
re
) ‘spar’ (als boom en als hout) schijnt ook op Uml. te berusten; voor
ie
<
e
vgl.
ierde
‘aarde’; met
ier
wisselt
jir.
Dial. DOEN. Met mnl. ouder nnl.
bedoven
vgl. Molema
bedoven
(en vervormd
bedogen
) ‘met water bedekt’, b.v. van de wasch, en uit Fri. Wb.
dûn
‘gedompeld’
(waarbij
dûnje
‘onder-
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Kommentare zu diesen Handbüchern