Ansel VS211 Bedienungsanleitung Seite 88

  • Herunterladen
  • Zu meinen Handbüchern hinzufügen
  • Drucken
  • Seite
    / 321
  • Inhaltsverzeichnis
  • LESEZEICHEN
  • Bewertet. / 5. Basierend auf Kundenbewertungen
Seitenansicht 87
87
van het chirurgijnsgilde
1)
. Ook Block wordt in Tengnagel's
Lindebladen
als dichter
genoemd; hij heeft o.a. een lofdicht geschreven op B. Fonteyn's
Fortunatus Beurs
en wensch-Hoedt
(1643) en ook zijn vriend Krul bezongen, zooals wij dadelijk zullen
zien. Behalve in het jaar 1637 tot 1638, was hij van 1641 tot 1644 en van 1648 tot
1651 hoofd van den Schouwburg.
Wij gaan nu verder met Tengnagel's gedicht:
‘Yemant sou hier konnen vragen:
Kan een Ezel so hart jagen,
Dat hy met syn snelle gangh
Kar en Voerman valt te bangh?
Daer de luyaert niet wil roeren,
Of men moet hem eerst soo voeren
Met een hout, dat wacker kleeft,
Dat hy bult of strepen heeft.
Hierop segh ick met de waerheyt:
Ondervindingh, die maeckt klaerheyt;
Nodeloos word het bediet,
Datmen voor sijn oogen siet.
Heughtje noch wel, Kameristen,
Hoe Sint Jacob plagh te twisten?
En hy had niet eene Schulp,
Die sijn vrome Meester hulp.
Juyst quam Jantje met sijn Krullen
Om Sint Jacobs kap te vullen,
En hy gaf hem sulcken hert,
Dat de stumpert lachend wert.
“t Is geen nood, bedwinght jou klagen;
Moetje van de oude wagen”,
Seyden Jantje, “ick weet raet,
Dat het jou wat beter gaet.
Siet, wy sullen 't samen lopen
En een eygen wagen kopen.
1) Misschien ook nog in andere jaren; een Jacob Block komt meermalen voor als dat ambt
bekleedende - nooit tegelijk met Jacob Dielefsz. Block - en nog in 1664 als deken van het
gild, volgens vriendelijke mededeeling van Mr. W.R. Veder, Archivaris van Amsterdam.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Seitenansicht 87
1 2 ... 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 ... 320 321

Kommentare zu diesen Handbüchern

Keine Kommentare